Gebruik een beoordelingsinstrument

Bij het beoordelen van tentamenvragen wordt gebruik gemaakt van een antwoordmodel, waarin wordt aangegeven wat het juiste antwoord is, welke termen er in het antwoord naar voren moeten komen en wat de te behalen score per vraag of onderdeel is (voorwaarde 7 van het UvA Kader Toetsbeleid).

Antwoordmodel of antwoordsleutel

Het antwoordmodel dient als richtlijn bij het nakijken, ook door derden. Binnen de faculteit geldt dat de wijze van beoordeling dusdanig is, dat de student kan nagaan hoe de uitslag van zijn tentamen tot stand is gekomen.

Als tijdens het nakijken of de toetsanalyse blijkt dat een vraag niet goed functioneert (bijvoorbeeld omdat veel studenten een ander antwoord geven vanwege verkeerde interpretatie), dan kan het antwoordmodel worden aangepast en moet er opnieuw worden nagekeken (zie Analyseren).

Meerkeuzevragen

Bij een meerkeuzetentamen is dit antwoordmodel een rijtje A’s, B’s en C’s (de ‘sleutel’). Als bij het nakijken of bij de toetsanalyse blijkt dat de sleutel niet correct of onvolledig is, kan het antwoordmodel nog worden aangepast (zie Analyseren).

Essay vragen

Bij open vragen is het antwoordmodel uitgebreider: het verwoordt dan wat de goede antwoorden op de vragen zijn, welke termen er in het antwoord gebruikt moeten worden en maakt ook duidelijk waarvoor nog een gedeelte van de punten te verdienen is.

Ook hierbij geldt dat een antwoordmodel tijdens het nakijken aangepast kan worden als bijvoorbeeld blijkt dat er meerdere goede antwoorden mogelijk zijn of dat de vooraf bedachte puntentoekenning ontoereikend is. Eerder nagekeken werk dient dan opnieuw te worden beoordeeld aan de hand van het aangepaste antwoordmodel.

Beoordelingsmodel of rubric

Bij het beoordelen van vaardigheidstoetsen (verslag, presentatie) of projectwerk wordt geen antwoordmodel maar een beoordelingsmodel gebruikt. Dit zorgt dat beoordelaars dezelfde criteria gebruiken om tot een eindoordeel te komen en het maakt voor de student duidelijk hoe het cijfer tot stand is gekomen. Het beoordelingsmodel wordt van tevoren aan de studenten bekend gemaakt, zodat ze weten wat er van hen wordt verwacht.

Beoordelingsmodel

Een beoordelingsmodel kan verschillende vormen aannemen. Een minimaal model bevat de criteria en de schaal waarop beoordeeld gaat worden.
Een criterium kan bijvoorbeeld als volgt beooordeeld worden:

  • globaal: ‘onvoldoende – voldoende – goed’
  • specifiek: een cijfer van 1-10
  • evaluerend: op een meer beschrijvende manier worden (zie Rubrics)

Als een globale beoordeling moet leiden tot een (eind)cijfer, is het van belang om van tevoren af te spreken hoe het samenstel van criteria wordt vertaald in een eindcijfer. Bijvoorbeeld: ‘voor een 7 moet de student voor alle onderdelen minstens een voldoende hebben behaald’.

Aanvullend kunnen de criteria een weging krijgen in de eindbeoordeling. Als tijdens de cursus de focus ligt op bijvoorbeeld de structuur van een verslag/presentatie, zou het wenselijk kunnen zijn om dit criterium zwaarder mee te laten wegen dan andere.

Een goed voorbeeld van een beoordelingsformulier voor scripties is te vinden in van Berkel en Bax (2014), p. 267.

Rubrics

Bij het beoordelen van essays, papers en casusvragen kan het lastig zijn om te bepalen welk aantal punten een student per antwoord verdient. Om zowel voor de docent als de student inzichtelijk te maken hoe de beoordeling verloopt kunnen rubrics als hulpmiddel worden gebruikt.

Rubrics zijn beschrijvende beoordelingsschalen die een soort modelantwoord bevatten. Dit antwoord wordt in verschillende categorieën (onvoldoende / voldoende / goed / excellent) uitgewerkt tot toetsbaar gedrag. Rubrics sluiten aan bij de leerdoelen die de docent in de studiehandleiding heeft opgesteld.

Het opbouwen van een rubric gebeurt als volgt:

  • Eerst wordt vastgesteld waar een student die voldoende scoort aan moet voldoen. Dit is de minimumprestatie die de docent bij het niveau vindt passen.
  • Vervolgens wordt er voor elk criterium per categorie in één zin geformuleerd wat de docent van de student verwacht.
  • Per criterium kan een andere weging voor het eindcijfer gelden, afhankelijk van de leerdoelen van de opdracht.

Voordat de rubric aan studenten wordt gegeven, kan deze voorgelegd worden aan collega's en de toetscommissie, voor collegiale consultatie.

Download: voorbeeld van een rubric

Gepubliceerd door  Toetsing

25 april 2017