Beoordelingsinstrument ontwerpen

Een goed beoordelingsinstrument wordt bij voorkeur bij of direct na het construeren van de toetsvragen gemaakt. Het bevat naast vakspecifieke regels ook algemene regels over de te volgen wijze van beoordelen, over hoe om te gaan met gedeeltelijk goede antwoorden en antwoorden buiten het modelantwoord, met doorwerkende fouten, identieke fouten en taalfouten. Daarnaast geeft het de maximumscores per vraag(onderdeel) aan en indien mogelijk ook de deelscores per onderdeel van het juiste antwoord.

Schriftelijk tentamen met multiple choice vragen

Een beoordelingsinstrument voor multiple choice vragen bestaat uit een antwoordsleutel waarin aangegeven wordt wat het juiste antwoord is en hoeveel punten er per vraag gescoord kunnen worden.  

Schriftelijk tentamen met open vragen

Een beoordelingsinstrument voor open vragen bestaat uit een antwoordmodel waarin aangegeven wordt wat het juiste antwoord is, welke termen er in het antwoord naar voren moeten komen en wat de puntenverdeling per vraag of onderdeel is. Als meerdere docenten verantwoordelijk zijn voor het nakijken van een tentamen, moet iedereen op de hoogte zijn van het antwoordmodel. 

Andere toetsvormen

Bij het beoordelen van andere toetsvormen zoals essays, papers, opdrachten en presentaties, kan het lastig zijn om te bepalen welk aantal punten een student per antwoord verdient. Om zowel voor de docent als de student inzichtelijk te maken hoe de beoordeling verloopt kunnen rubrics als hulpmiddel worden gebruikt.

Rubrics zijn beschrijvende beoordelingsschalen die een soort modelantwoord bevatten. Dit antwoord wordt in verschillende categorieën (onvoldoende / voldoende / goed / excellent) uitgewerkt tot toetsbaar gedrag. Rubrics sluiten aan bij de doelen die de docent in de studiehandleiding heeft opgesteld.

Het opbouwen van een rubric gebeurt als volgt:

Eerst wordt vastgesteld waar een student die voldoende scoort aan moet voldoen. Dit is de minimumprestatie die de docent bij het niveau vindt passen. Vervolgens wordt er per rubric in één zin geformuleerd wat de docent van de student verwacht. Ten slotte worden de overige rubrics ingevuld. Per rubric kan een andere weging voor het eindcijfer gelden. De docent mag dit zelf indelen. Wanneer de rubric klaar is kan deze voorgelegd worden aan collega's en de toetscommissie zodat collegiale consultatie kan plaatsvinden.

Download: voorbeeld van een rubric

Afstudeerwerk beoordelen

Bij het beoordelen van afstudeerwerk (bijvoorbeeld een scriptie) is het gebruik van een rubric aan te raden. Dit zorgt dat de beoordelaars dezelfde criteria gebruiken om tot een eindoordeel te komen en het maakt voor de student duidelijk hoe het cijfer tot stand is gekomen. Vaak heeft men bij het lezen van een scriptie al een cijfer in gedachten: een rubric kan helpen om dat cijfer te onderbouwen.

Bij het beoordelen van scripties is het belangrijk om met een tweede lezer te werken om te voorkomen dat de beoordeling te subjectief is. De begeleider heeft het hele schrijfproces met de student meegemaakt en kan daardoor geneigd zijn om lager of hoger te becijferen dan het werk eigenlijk verdient. Ook hierbij kan een rubric helpen: als het cijfer dat men in gedachten had te hoog of laag is, dan is het lastig te onderbouwen aan de hand van de rubric.

Naast een rubric kan men ook een beoordelingsformulier gebruiken voor scripties. Deze formulieren kunnen verschillende vormen aannemen. Men kan besluiten om voor elk criterium slechts een globale beoordeling als ‘onvoldoende – voldoende – goed’ te geven of om voor elk criterium een cijfer te geven. Ook kunnen criteria op een meer beschrijvende manier worden geëvalueerd. Verder kunnen de criteria een weging krijgen of juist niet. Als er per criterium een globale beoordeling wordt gegeven, dan is het van belang om van tevoren af te spreken hoe het samenstel van criteria wordt vertaald in een eindcijfer, bijvoorbeeld: ‘voor een 7 moet de student voor alle onderdelen minstens een voldoende hebben behaald’.

Een goed voorbeeld van een beoordelingsformulier voor scripties is te vinden in van Berkel en Bax (2014), p. 267.

Gepubliceerd door  Toetsing

25 april 2017