Ontwerpen

De eerste fase in het toetsingsproces is die van het ontwerpen. Hierbij worden nog geen toetsvragen gemaakt, maar gaat het om aspecten als de te toetsen onderdelen (leerdoelen), kwaliteitseisen, of er formatief of summatief getoetst gaat worden en de keuze voor de toetsvorm.

Constructive alignment

Bij het ontwikkelen van onderwijs dient er rekening gehouden te worden met drie componenten: beoogde leeropbrengsten, leeractiviteiten en toetsvormen. Binnen deze drie componenten zijn de beoogde leeropbrengsten het uitgangspunt. Deze bepalen welke leeractiviteiten en toetsvormen gekozen worden. De verbinding tussen deze drie componenten wordt constructive alignment genoemd. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

-

Afbeelding schema constructive alignment

Voorbeeld

Stel dat je leerdoel als volgt is: Studenten beschikken over het vermogen om over een kritische beschouwing mondeling en schriftelijk te kunnen communiceren.

Een leeractiviteit die hierbij gekozen zou kunnen worden, is een debat tijdens het werkcollege, waarbij studenten gefundeerd op in de module gebruikte literatuur stelling nemen. Als toetsvorm zou kunnen worden gekozen voor een presentatie of een essay; waarbij de beoordeling geschiedt aan de hand van een rubric.

Meer lezen?

  • Applying constructive alignment to outcomes-based teaching and learning (Biggs & Tang, 2009)

 

Validiteit, betrouwbaarheid en transparantie

Op basis van toetsuitslagen verkrijgen studenten hun diploma, of niet. Het is daarom van belang dat een toetsuitslag een eerlijke en rechtvaardige uitslag is over het kennen en kunnen van de student. De kwaliteit van de toets moet voldoende zijn. Tijdens het ontwerpen van een toets zijn er drie eisen waar je rekening mee moet houden: validiteit, betrouwbaarheid en transparantie. 

Validiteit

Meet de toets wat het beoogt te meten? Er worden vaak 3 typen validiteiten onderscheiden:

  1. Inhoudsvaliditeit; de toets is representatief voor de gehele leerstof.
  2. Begripsvaliditeit; de toets meet op hetzelfde cognitieve niveau als het gegeven onderwijs. Dat wil zeggen dat kennis getoetst wordt met kennisvragen en inzicht met inzichtsvragen.
  3. Criteriumvaliditeit; de toetsscore hangt samen met soortgelijke metingen buiten de toets. Scores op toetsen over hetzelfde onderwerp zijn aan elkaar gerelateerd. 

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een toets geeft aan in hoeverre er vertrouwen kan zijn in de toets als meting, ongeacht de inhoud van de toets. Meet de toets echt iets, of komen er gewoon random scores uit? 

Transparantie

Een toets is transparant als de studenten van te voren weten wat ze kunnen verwachten. Hoeveel vragen komen er in de toets, wat voor type vragen, hoeveel tijd is er beschikbaar, hoeveel punten per vraag kunnen er verdiend worden, etc. Dit kan tijdens het onderwijs verteld worden. Ook kan een proeftoets inzicht geven in het niveau en inhoud van de toets. 

Gepubliceerd door  Toetsing

25 april 2017