Veelgestelde vragen

Hier vindt u de antwoorden op veelgestelde vragen over toetsing. Staat uw vraag er niet tussen? Neem dan contact met ons op via het menu bovenaan de pagina.

Ontwerpen

Hoe ontwikkel ik een goed leerdoel?

Er zijn verschillende methoden om leerdoelen te ontwikkelen. Zo kan er bijvoorbeeld gewerkt worden met SMART-doelen of vanuit taxonomieën. Deze laatste methode levert doorgaans de meest bruikbare leerdoelen op.

In een taxonomie worden verschillende niveaus in hiërarchische volgorde genoemd. Om een bepaald niveau te bereiken, moet je eerst de voorgaande niveaus beheersen. Een bekende taxonomie die doorgaans veel gebruikt wordt bij het ontwikkelen van leerdoelen is de taxonomie van Bloom.

Voorbeeld

Stel dat je leerdoel als volgt is:

  • Studenten beschikken over het vermogen om over een kritische beschouwing mondeling en schriftelijk te kunnen communiceren.

Dit leerdoel bevat hogere niveaus van denkvaardigheden uit de Taxonomie van Bloom, namelijk toepassen en analyseren. Van de studenten wordt verwacht dat ze de lagere niveaus, het onthouden en begrijpen van de stof, al bezitten voordat ze de beoogde doelen kunnen halen.

Meer lezen over de taxonomie van Bloom?

Wat is constructive alignment?

Bij het ontwikkelen van onderwijs dient er rekening gehouden te worden met drie componenten: beoogde leeropbrengsten, leeractiviteiten en toetsvormen. Binnen deze drie componenten zijn de beoogde leeropbrengsten het uitgangspunt. Deze bepalen welke leeractiviteiten en toetsvormen gekozen worden. De verbinding tussen deze drie componenten wordt constructive alignment genoemd.

Voorbeeld

Stel dat je leerdoel als volgt is:

  • Studenten beschikken over het vermogen om over een kritische beschouwing mondeling en schriftelijk te kunnen communiceren.

Een leeractiviteit die hierbij gekozen zou kunnen worden, is een debat tijdens het werkcollege, waarbij studenten gefundeerd op in de module gebruikte literatuur stelling nemen. Als toetsvorm zou kunnen worden gekozen voor een presentatie of een essay; waarbij de beoordeling geschiedt aan de hand van een rubric.

Meer lezen over constructive alignment?

  • Applying constructive alignment to outcomes-based teaching and learning (Biggs & Tang, 2009)

Construeren

Hoe stel ik een toetsmatrijs op?

Een toetsmatrijs wordt opgesteld vooraf aan het opstellen van toetsvragen. In een toetsmatrijs wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beoogde leeropbrengsten worden getoetst. Daarbij wordt begonnen met het vaststellen welke waarde wordt toegekend aan de verschillende leeropbrengsten en op welk cognitief niveau deze worden getoetst.

In een volgende fase kan nog worden toegevoegd welke vragen bij welk onderwerp en welk leerdoel horen en hoeveel punten worden toegekend per vraag:

Question

Points

Subject

Learning goal

       
       

Download: lege toetsmatrijs om zelf in te vullen

Wat is het verschil tussen formatief en summatief toetsen?

Met summatieve toetsen wordt beoordeeld of studenten de beoogde leeropbrengsten in voldoende mate beheersen. Deze toetsen hebben een formele status en zijn opgenomen in de studiegids. Voor deze toetsvorm krijgen studenten een cijfer dat zal worden ingevoerd in SIS.  

Formatieve toetsen geven inzicht in het leerproces van studenten en vinden het plaats gedurende het blok. Dit zijn informele toetsen waarbij zowel de docent als de studenten inzicht krijgen in de studievoortgang. Op basis van deze formatieve toetsen, kan de docent besluiten aan een bepaald onderwerp meer aandacht te besteden als hij of zij ziet dat studenten hier moeite mee hebben. Tevens hebben studenten de mogelijkheid om feedback te krijgen op hun gemaakte werk. Formatieve toetsen stimuleren studenten om tijdens het blok gelijkmatig studeren en eventueel hun studiegedrag aan te passen. Formatieve toetsen zijn uitermate geschikt om af te nemen in een digitale leeromgeving.

Het is wenselijk als opleidingen een combinatie hebben van summatieve en formatieve toetsen.

Hoe werkt het screenen van toetsitems door collega's?

Elk tentamen dat wordt afgenomen, dient op één of andere manier te worden meegelezen en goedgekeurd door een collega. Het doel hiervan is de kwaliteit van de tentamens te verhogen.

Zodra de verantwoordelijke docent het tentamen gereed voor afname acht, wordt een collega, die voldoende kennis bezit van het vak, gevraagd om peer review toe te passen. Stuur het tentamen uiterlijk drie weken van tevoren op naar de collega-docent. Deze dient het tentamen binnen 5 werkdagen na te kijken en terug te sturen. De verantwoordelijke docent heeft dan voldoende tijd om eventuele feedback toe te passen. 

Wat zijn mijn verantwoordelijkheden wat betreft surveillance?

Het surveilleren tijdens toetsen hoort bij de verantwoordelijkheden van de docent die het betreffende vak geeft. Wanneer een docent niet aan deze verantwoordelijkheid kan voldoen, dient er een vervanger geregeld te worden. De docent moet te allen tijde beschikbaar zijn (persoonlijk of telefonisch) om op het laatste moment beslissingen te kunnen maken wanneer er bijvoorbeeld een belangrijke fout in een vraag blijkt te zitten.

Er zijn faculteiten met een eigen surveillanceprotocol. Raadpleeg de betreffende toetsdeskundige voor meer informatie over faculteitspecifieke regels en richtlijnen.

Afnemen

Hoeveel surveillanten moeten er bij een tentamen aanwezig zijn?

Per 50 studenten dient er één surveillant beschikbaar te zijn, met een minimum van twee surveillanten per ruimtet. Indien mogelijk is het gewenst dat er zowel mannelijke als vrouwelijke surveillanten aanwezig zijn met het oog op eventueel toiletbezoek van de studenten.

Wat gebeurt er als ik fraude of plagiaat vaststel?

Plagiaat en fraude zijn een serieuze overtreding van de academische regels, waarvoor studenten geschorst kunnen worden. De aard van de schorsing hangt af van de ernst van het plagiaat- of fraudegeval, maar kan variëren van schorsing van de cursus tot -in extreme gevallen- schorsing van de opleiding. Docenten die plagiaat of fraude vermoeden moeten dit daarom altijd melden bij de examencommissie. Raadpleeg de Fraude- en plagiaatregeling UvA voor meer informatie.

Beoordelen

Hoe gebruik ik rubrics?

Bij het beoordelen van open vragen, essays, papers en casusvragen kan het lastig zijn om te bepalen welk aantal punten een student per antwoord verdient. Om zowel voor de docent als de student inzichtelijk te maken hoe de beoordeling verloopt kunnen rubrics als hulpmiddel worden gebruikt.

Rubrics zijn beschrijvende beoordelingsschalen die een soort modelantwoord bevatten. Dit antwoord wordt in verschillende categorieën (onvoldoende / voldoende / goed / excellent) uitgewerkt tot toetsbaar gedrag. Rubrics sluiten aan bij de doelen die de docent in de studiehandleiding heeft opgesteld.

Het opbouwen van een rubric gebeurt als volgt:

Eerst wordt vastgesteld waar een student die voldoende scoort aan moet voldoen. Dit is de minimumprestatie die de docent bij het niveau vindt passen. Vervolgens wordt er per rubric in één zin geformuleerd wat de docent van de student verwacht. Ten slotte worden de overige rubrics ingevuld. Per rubric kan een andere weging voor het eindcijfer gelden. De docent mag dit zelf indelen. Wanneer de rubric klaar is kan deze voorgelegd worden aan collega´s en de toetscommissie zodat collegiale consultatie kan plaatsvinden.

Download hier een voorbeeld van een rubric

Hoe beoordeel ik essayvragen?

Bij het beoordelen van essayvragen wordt gebruik gemaakt van van een antwoordmodel waarin aangegeven wordt wat het juiste antwoord is, welke termen er in het antwoord naar voren moeten komen en wat de puntenverdeling per vraag of onderdeel is. Een handig hulpmiddel bij het vaststellen hiervan is een rubric.

Hoe beoordeel ik een presentatie?

Bij het beoordelen van presentaties wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsmodel waarin de minimumeisen en de te beoordelen aspecten van de presentatie naar voren komen. Een rubric kan helpen om deze eisen om te zetten in een beoordeling voor de student.

Analyseren

Hoe analyseer ik een tentamen?

Bij de analyse van het tentamen als geheel kan gekeken worden naar de volgende kengetallen:

  • Percentage geslaagde studenten
  • Gemiddelde score van de 5% beste studenten
  • Betrouwbaarheid (KR-20 of coëfficiënt alfa)
  • Verschillen tussen beoordelaars

Hier staat uitgelegd hoe deze vormen van analyse gebruikt kunnen worden.

Hoe analyseer ik individuele items?

De analyse van items kan gebeuren aan de hand van de p-waarde, a-waarde en de Rit waarde. Hier staat uitgelegd hoe de verschillende analysevormen gebruikt kunnen worden.

Wanneer kan ik een cesuur herzien?

In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om de vooraf bepaalde cesuur te herzien. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer de onderwijssituatie niet als optimaal kan worden gezien of wanneer de studenten aantoonbaar weinig inzet hebben laten zien. In dat geval is het aan te raden om een zogeheten compromismethode te hanteren. De docent stelt hierbij vast onder welke omstandigheden er van de vooraf opgestelde absolute norm mag worden afgeweken. Drie veelgebruikte compromismethoden zijn de Hofstee-methode (Hofstee, 1977), de absoluut-met-buffermethode (Van Berkel, 1999) en de methode Cohen-Schotanus (Cohen-Schotanus e.a., 1996).

Rapporteren

Hoe maak ik toetsresultaten bekend?

Het enige officiële kanaal voor publicatie van de cijfers is SIS. Wanneer docenten de resultaten van een tentamen eerder aan de studenten door willen geven kan dit door middel van een voorlopig resultaat in het grade center van Blackboard. Belangrijk is om aan te geven dat er geen rechten ontleend kunnen worden aan de op Blackboard gepubliceerde resultaten.  Pas wanneer de bespreking van het tentamen geweest is en de studenten de mogelijkheid hebben gehad om hun beoordeling in te zien worden de resultaten definitief. Ook hier geldt: alleen het resultaat in SIS is officieel.

Hoe geef ik effectieve feedback?

Een toetsresultaat is op zichzelf al een vorm van feedback richting de student, maar alleen een cijfer geeft nog niet voldoende inzicht in de mate waarin de student de stof beheerst. Om de feedback op een tentamen of opdracht effectief te maken, kan de docent persoonlijke feedback in de opdracht verwerken of een nabespreking instellen. De student heeft dan de gelegenheid om voor hem relevante vragen te stellen.

Waar moet de bespreking van een tentamen aan voldoen?

Na iedere schriftelijke toets dient er een gelegenheid tot nabespreking en/of inzage te zijn. Het antwoordmodel moet daarbij voor de student beschikbaar zijn. De manier waarop de feedback vervolgens gegeven moet worden verschilt per faculteit. Raadpleeg voor verdere vragen over de bespreking van tentamens de OER van uw faculteit of opleiding of richt uw vraag tot de betreffende toetsdeskundige(n).

Wanneer mag een student herkansen?

Voor ieder onderdeel dat binnen een vak getoetst wordt moet binnen hetzelfde academische jaar een herkansing plaatsvinden. Studenten mogen elke toets herkansen, behalve de formatieve toetsen. Iedere student die een onvoldoende cijfer (<5.5) haalt, wordt automatisch ingeschreven voor de herkansing. Ook studenten die een voldoende cijfer hebben gehaald mogen herkansen. Het laatst verkregen cijfer telt, ook als het laatste cijfer lager is dan het cijfer voor de eerste kans.

Evalueren

Wat te doen in het geval van een lage toetskwaliteit?

Soms blijkt na afname dat de kwaliteit van de toets toch te wensen over laat. Evaluatie-instrumenten kunnen helpen bij het detecteren van dergelijke kwaliteitsproblemen. Vervolgens dient een inschatting te worden gemaakt van de geleden schade. Grofweg zijn er twee mogelijkheden: de toets heeft geleid tot fout-positievebeslissingen (de toets heeft uitgewezen dat de student bekwaam was, terwijl hij dit niet was), of de toets heeft geleid tot fout-negatieve beslissingen (de toets heeft uitgewezen dat de student niet bekwaam was, terwijl hij dit wel was). Op de pagina over het evalueren van toetsen is meer infromatie te vinden over dit onderwerp.

Gepubliceerd door  Toetsing

13 juli 2018